De belangrijkste fiscale ontwikkelingen van het moment

 In Fiscaal

In dit artikel worden de volgende punten besproken:

  • BTW van 6 naar 9%
  • Beperking verliesverrekening vennootschapsbelasting
  • Tarieven inkomstenbelasting naar twee schijven
  • Hypotheekrente-aftrek weer stapje omlaag
  • Vermogensbelasting box 3
  • Bijtelling elektrische auto
  • Fiets van de zaak
  • Loonmutaties einde jaar
  • Onderhoud Monumentenpand
  • Investeer energiezuinig
  • Verhoging vrijwilligersvergoeding

BTW van 6 naar 9%
Het verlaagd btw-tarief gaat per 1 januari 2019 omhoog van 6% naar 9%.
Voor de vraag of het 6% tarief of het 9% tarief toegepast moet worden, is het moment waarop het goed is geleverd of de dienst wordt verricht van belang:
• Datum van presteren in 2018: Als de datum van presteren gelegen is in 2018, is het 6% tarief van toepassing, ook als de factuur pas in 2019 wordt uitgereikt;
• Datum van presteren in 2019: Als de datum van presteren gelegen is in 2019, is het 9% tarief van toepassing.
• Als u al in 2018 een factuur stuurt voor een dienst in 2019 moet u op de factuur 6% berekenen en in 2019 3% na factureren / afdragen.
• Als er in 2018 alvast een bedrag vooruit wordt gefactureerd voor een prestatie in 2019 en deze factuur ook nog in 2018 wordt betaald, dan is de coulance regeling van de belasting van toepassing. U hoeft dan alleen maar 6% af te dragen en niet achteraf nog extra btw te berekenen.

Beperking verliesverrekening vennootschapsbelasting
De voorwaartse verrekening van verliezen in de vennootschapsbelasting wordt vanaf 1 januari verder beperkt. De huidige termijn van 9 jaar wordt beperkt tot 6 jaar. Verliezen in 2019 zijn dan nog tot en met 2025 verrekenbaar. Verliezen van 2018 en eerder blijven 9 jaar verrekenbaar, zodat verliezen in 2018 tot en met 2027 verrekenbaar blijven.
Ondernemers die dus nog verliezen hebben openstaan uit 2009 moeten nog in 2018 in actie te komen om verliesverdamping tegen te gaan. Heeft u nog een oud te verrekenen verlies (uit 2009) openstaan? Dan dreigt dit verlies (na 2018) te verdampen. Dit geldt zowel voor de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.
Mogelijk kunt u verliesverdamping voorkomen door het realiseren van in de onderneming aanwezige stille reserves of door winst naar voren te halen.

 

Mogelijk kunt u verliesverdamping voorkomen door het realiseren van in de onderneming aanwezige stille reserves of door winst naar voren te halen. 

 

Tarieven inkomstenbelasting naar twee schijven
Bij de inkomstenbelasting wordt in 2019 een overgang ingezet van de huidige 4 schijven naar 2 in 2021. In 2021 zijn er twee tarieven van respectievelijk 37,05% tot € 68.507 en 49,5% voor het inkomen dat daar bovenuit komt.

Hypotheekrente-aftrek weer stapje omlaag
De vereenvoudiging van het schijvenstelsel voor de inkomstenbelasting gaat gepaard met een versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Voor 2019 geldt nog dat de rente aftrekbaar is tegen een tarief van maximaal 49 procent – dat is een half procentpunt minder dan in 2018.
Vanaf 2020 gaat het tarief echter met 3 procentpunt per jaar omlaag, totdat in 2023 het niveau van het belastingtarief van de eerste schijf is bereikt (37,05 procent). De ontwikkeling van het beperken van het aftrektarief 2018 t/m 2023 ziet er als volgt uit:
Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Maximaal tarief aftrekbare kosten eigen woning 49,5% 49,0% 46,0% 43,0% 40,0% 37,05%

Vermogensbelasting box 3 
Wanneer op 1 januari u een vermogen heeft dat groter is dan € 30.360, moet u hierover belasting betalen in box 3. Dit is over 2019 per saldo 0,58 tot 1,68 procent, afhankelijk van de omvang van uw vermogen.
Ontvangt u toeslagen, dan is er nog een extra reden om uw vermogen nog even onder de loep te nemen, want behalve bij de kinderopvangtoeslag geldt hiervoor ook een vermogenstoets. Die is erg streng: komt je vermogen slechts één euro boven de grens uit, dan verlies je je recht op een toeslag.
Voor de mogelijkheden die er zijn om uw vermogen te drukken, kunt u contact met ons opnemen. Dan kunnen wij samen kijken naar wat de meest gunstige oplossing is. Te denken valt bijvoorbeeld aan een (extra) schenking, aflossing, etc.

Bijtelling elektrische auto
Op dit moment zijn er twee bijtellingscategorieën:
• 4%: voor voertuigen die volledig elektrisch rijden en dus 0 g/km CO2-emissie hebben.
• 22%: voor voertuigen met meer dan 0 gram CO2-emissie per gereden kilometer.

Werknemers met een elektrische auto met een waarde van meer dan € 50.000 krijgen vanaf 1 januari 2019 te maken met een gecombineerd bijtellingspercentage. Zij betalen 4% over de eerste € 50.000 en over het bedrag daarboven betalen ze 22% bijtelling.
Daar blijft het niet bij, want vanaf 2021 geldt voor alle auto’s een bijtelling van 22%, ook voor elektrische auto’s.
Het bijtellingspercentage staat voor vijf jaar vast, gerekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de eerste ingebruikname. Dat is de dag waarop het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld. Als die dag vóór of óp 31 december 2018 ligt, geldt het bijtellingspercentage van 2018 nog vijf jaar. Als dus eind 2018 nog een elektrische auto koopt, dan geldt de bijtelling van slechts 4% in plaats van 22% in principe tot en met 2023.
De bijtelling voor een auto van de zaak is gebonden aan het kenteken. Tussentijdse verkoop is hierop niet van invloed. Dit betekent dat als u een gebruikte auto koopt, u de lage bijtelling overneemt. Let hierbij wel op hoe lang de resterende periode van de lage bijtelling nog duurt.

Werknemers met een elektrische auto met een waarde van meer dan € 50.000 krijgen vanaf 1 januari 2019 te maken met een gecombineerd bijtellingspercentage.

Fiets van de zaak
Vanaf 1 januari 2020 wordt de regeling voor de fiets van de zaak vereenvoudigd door het invoeren van een forfaitaire bijtelling. Bij een leasefiets moet een werknemer nu nog belasting betalen over het werkelijke privévoordeel. Dit voordeel is te berekenen op basis van de totale kosten per kilometer maal het aantal privé kilometers.
Vanaf 2020 kan het privévoordeel jaarlijks worden gesteld op 7% van de waarde van de fiets. Bij een fiets met een waarde van € 1.600 bedraagt de bijtelling waarover de werknemer belasting moet betalen dus € 1.600 x 7% is € 112. Per maand dus minder dan 10 euro waarover belasting en premies moeten worden berekend.
Tot 2020 is het eenvoudiger om de werknemer een reiskostenvergoeding voor de eigen fiets te geven (mag onbelast tot € 0,19 per kilometer). Daarnaast mag de werkgever een renteloze geven voor de aanschaf van de fiets door de werknemer.

Loonmutaties einde jaar
Aan het einde van het jaar kan de balans weer opgemaakt worden wat betreft de loonmutaties. Wellicht wilt u of uw personeel nog een bonus of 13e maand geven, is er nog ruimte in de WerkKostenRegeling of andere wijzigingen.
Benut ook dit jaar uw mogelijkheden binnen de werkkostenregeling:
• Beoordeel/laat beoordelen wat uw nog resteren vrije ruimte is voor de wkr. Het totaal op jaarbasis is 1,2% van de totale fiscale loonsom). Wellicht dat u dan uw werknemers dit jaar nog een belastingvrije vergoeding mag geven.
• Geef bij dreigende overschrijding van de vrije ruimte pas in januari een nieuwjaarsgeschenk aan uw personeel in plaats van een kerstpakket.
Wilt u gebruik maken van de mogelijkheid om een 13e maand of bonus uit te keren, gelieve dit dan zo snel mogelijk, doch uiterlijk 13 januari 2019, aan ons door te geven. Dan kan dit nog tijdig meegenomen worden in de verloning over 2018.

Onderhoud Monumentenpand
In 2019 komt de fiscale aftrek van onderhoud aan een rijksmonument te vervallen. Deze persoonsgebonden wordt vervangen door een subsidie. Als u het pand ook zelf bewoont, kunt u maximaal 35% van de onderhoudswerken (schilderwerk, timmerwerk, stukadoorswerk e.d.) terugkrijgen in de vorm van een subsidie.

Investeer energiezuinig
De energie-investeringsaftrek (EIA) is bedoeld om investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen of duurzame energie te stimuleren. Naast de afschrijving mag je van deze investeringen een extra bedrag aftrekken van de winst.
De EIA gaat komend jaar fors omlaag. Over 2018 bedraagt deze aftrek nog 54,5 procent. Volgend jaar wordt dat 45 procent. Als u concrete plannen heeft voor energiebesparende maatregelen kan het dus zinvol zijn nog dit jaar de regeling te gebruiken.
Let wel op: niet alle bedrijfsmiddelen komen voor deze aftrek in aanmerking. Ook moet het meldingsbedrag minimaal 2.500 euro bedragen en op de energielijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staan.

Verhoging vrijwilligersvergoeding
Per 1 januari 2019 gaat de onbelaste vrijwilligersvergoeding met € 200 omhoog. Vrijwilligers kunnen daardoor een maximale onbelaste vergoeding krijgen van € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.
Vrijwilligers kunnen op dit moment een maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding krijgen van € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar. Over deze vergoeding zijn geen belasting en premies verschuldigd. Vanwege het grote maatschappelijke belang van vrijwilligerswerk heeft het kabinet besloten om de onbelaste vrijwilligersvergoeding per 1 januari 2019 te verhogen naar € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.

Hulp nodig?
Indien u vragen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief of vragen over u eigen specifieke situatie neem dan contact met ons. 

 

 

 

 

Recente posts

Begin met typen en druk op Enter om te zoeken